Werkgever geeft vaker een langdurig uitzendcontract
 
 
De vraag naar een flexibel personeelsbestand blijft onder werkgevers groeien en dat is te zien aan de stijging van het aantal uitzenduren van de afgelopen jaren. Hoe die trend doorzet is afhankelijk van nieuwe wetgeving, zoals de invoering van modelcontracten voor zelfstandigen in plaats van de VAR.
 
Dat stelt Lisette van de Hei, econoom bij Rabobank Kennis & Economisch Onderzoek, in een artikel over de ontwikkeling van de uitzendbranche. 
 
Meer uitzendkrachten, maar wel met vast contract
De bestedingen aan de uitzendbranche groeien doordat verschillende sectoren meer uitzendkrachten, payrollers en andere flexkrachten zijn gaan inhuren. Opvallend daarbij is dat deze stijging vooral komt het aantal uitzenduren van uitzendkrachten met een langdurig contract enorm is toegenomen (zogeheten fase B en C in de cao voor uitzendkrachten).
Het aantal uitzenduren in de fasen B en C was in het derde kwartaal van 2015 het hoogste ooit. Dit betekent dat organisaties er steeds vaker voor kiezen om werknemers een langlopend uitzendcontract te ‘geven’, in plaats van een contract voor bepaalde tijd of een vast dienstverband. Met een langlopend uitzendcontract blijft de flexibiliteit in het personeelsbestand behouden, omdat het uitzendbureau verantwoordelijk blijft voor het zoeken van vervangende arbeid als het werk voor de flexkracht opdroogt.
 
Toekomst voor de uitzendbranche
De vraag is of organisaties hun personeelsbestand in de toekomst flexibel houden door het inhuren van flexibele krachten via een uitzendbureau of dat ze dit op een andere manier doen. Want Minister Asscher (SZW) is bezig met een wetsvoorstel waarmee hij de arbeidsvoorwaarden voor payrollmedewerkers en medewerkers die rechtstreeks in dienst zijn van de werkgever, gelijk gaat trekken. En door de WWZ is er al voor gezorgd dat beide groepen dezelfde ontslagbescherming hebben.
Maar per 1 mei 2016 verdwijnt ook de VAR en komt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), met als doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Bedrijven maken zich zorgen dat zij met de invoering van de DBA achteraf loonheffing moeten gaan betalen voor de zzp’ers die zij inhuren. Daarom zoeken zij naar mogelijkheden om geen rechtstreekse overeenkomsten aan te gaan met zzp’ers, waar uitzendbureaus weleens van zouden kunnen profiteren.
 
Bron: Personeelsnet.nl